In  2018 begint Vlink met het verleggen van de focus naar het onderzoeken en invullen van het begrip verantwoord opdrachtgeverschap. Het Jaarplan 2018 van Inspectie SZW en de agenda van de Bouwend Nederland Taskforce Veiligheid en Arbeidsomstandigheden sluiten naadloos aan op dit onderwerp. We spreken met Peter Koenders, voorzitter van de Taskforce, en Vlink neemt deel aan diverse, door Bouwend Nederland en Inspectie SZW georgansieerde, expertsessies en focusgroepbijeenkomsten rondom het thema verantwoord opdrachtgeverschap.

Samen met de programmamanager Bouw en Infra van Inspectie SZW en Bouwend Nederland Regio Noord vormt zich het plan om een ‘gebiedsgerichte aanpak’  Groningen te ontwikkelen.

Om de complexiteit van het opdrachtgeverschap-opdrachtnemerschap handen en voeten te geven worden samen met diverse aannemers voor diverse projecten de contractuele relaties in kaart gebracht. Al snel ontstaan complexe plaatjes waarin vaak, naast de meer tradiotionele opdrachtgever- en opdrachtnemer posities, ook Gemeentes, Kerk-of Dorpshuisbesturen en hun vrijwilliggers een plaats innemen. De Inspectie SZW bestudeert de verschillende projectstructuren en samen met Vlink wordt een terugkoppeling gegeven aan de verschillende aannemers. Het blijkt dat er op diverse terreinen behoorlijke adders onder het gras zitten als het gaat over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Deze ‘contractuele scenario exercitie’ geeft waardevolle inzichten voor het vormen van de 2019 agenda.  De contouren van een uniek programma onstaan en er worden drie parallele trajecten geïdentificeerd:

  • Ronde Tafel bijeenkomsten
    • Wat is nu eigenlijk ‘verantwoord opdrachtgeverschap’ en hoe wordt hier invulling aan gegeven door de verschillende ketenpartners?
  • Leren van Ongevallen
    • Wat zijn de mogelijkheden om binnen de juridische kaders toch van ongevallen te kunnen leren?
  • Reflectief Toezicht
    • Wat zijn de mogelijkheden om bedrijven te helpen verbeteringen in hun veiligheidscultuur aan te brengen naar aanleiding van inspecties door de Inspectie SZW?

In 2018 is Vlink ook op pad gegaan om het onderwerp verantwoord opdrachtgeverschap vanuit een moreel perspectief te verkennen. Het wordt al snel duidelijk dat er een spannend dilemma bestaat tusssen de juridische en morele verantwoordelijkheid. Hoe vinden leidinggevenden hierin een balans? Waarop baseren zij hun beslissingen? Als je de juridische verantwoordelijkheid hebt dichtgetimmerd, heb je dan ook je morele verantwoordelijkheid genomen? Eerdere blogs over dit onderwerp tonen de relavantie van dit dilemma.

We komen terecht bij Professor Wim Dubbink, Universiteit van Tilburg. Hij heeft in 2015 een mooi artikel geschreven: Juridisch juist of moreel juist?. Wim heeft het begrip ‘ethisch legalisme’ geïntroduceerd: als het volgens de wet mag dan is het moreel ook in orde, toch? Een interessant stelling om eens met opdrachtgevers en aannemers te onderzoeken. Ook laat Wim ons zien wat er in de gezondheidszorg wordt gedaan om morele dilemma’s bespreekbaar te maken. Het ‘moreel beraad’ als werkvorm spreekt ons erg aan.

Ook spreken we met een oude bekende van ons: Rob van Es, docent organisatiefilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het boek ‘Profesionele Ethiek, morele besluitvorming in organisaties en professies’. Rob toont ons dat morele kwesties makkelijker bespreekbaar worden aan de hand van beelden en/of filmfragmenten. Het duiden van morele kwesties met alleen taal blijkt meestal lastig te zijn en het visueel inzichtelijk maken van een moreel dilemma in een bestaande praktisch situatie helpt enorm.

Professor Joseph Kessels, hoogleraar-emiritus Human Resource Development, biedt ons weer een ander perspectief. Joseph heeft recent, samen met Tjip de Jong, het boek ‘Denken in Organisaties’ geschreven (zie www.denkeninorganisaties.nl). Een kort maar diepgaande samenvatting van ons gesprek:

De veiligheidscultuur in een organisatie is de resultante van socialisatieprocessen: Wat is normaal hier? Welke verhalen vertellen we elkaar door? En wat betekent dat voor ons dagelijks werk? Op deze manier vormt zich het DNA van een organisatie en daarmee ook de moraliteit.

Essentieel hierin is de bekwaamheid die leiders van een organisatie hebben om het gesprek over deze zaken te voeren. Zijn leidinggevenden in staat om met hun mensen het over veiligheid te hebben? En hoe voeren ze dat gesprek als het gaat over belang van veiligheid naast andere belangen? Daarnaast is de vraag of leidinggevenden de bekwaamheid hebben om attent en sensitief te zijn op dat wat er bij de vaklieden leeft.

De veiligheidsmoraal van een bedrijf hoeft niet eenduidig te zijn. In grotere organisaties wordt op lokaal niveau lang niet altijd ervaren dat in de directiekamer veiligheid boven aan de agenda staat. De afstand tussen de top en de lokale operatie is te groot, ook als het gaat over veiligheidsmoraal. De vraag is of directies daadwerkelijk weten over welk werk, ze welke beslissingen nemen. Het is belangrijk directies mee te nemen naar dat werk en hen de vraag te stellen: “Welke beslissingen neem jij over het werk van deze mensen?”

En als in de grotere organisaties de hiërarchie sterk is, als er vooral directief leiding wordt gegeven, dan vergroot dat de onveiligheid. Ook de fysieke onveiligheid. In dit type organisaties (directief, met grote hiërarchische afstand) ken je de ander niet en kun je er daarom niet op rekenen dat er voor je gezorgd wordt. Je kunt niet rekenen op de morele afweging van leidinggevenden of die van medevakmannen. Terwijl het zorgen voor je vakgenoten een belangrijk deel van het vakmanschap is. Die zorg voor elkaar is te organiseren, je kunt manieren verzinnen om de onderlingen verbindingen sterker te maken. En dus de zorg voor elkaar en het moreel kompas daarmee meer op veiligheid te richten.

Een ander aspect is dat nadenken over veiligheid is weggeorganiseerd in regels en procedures. En regels komen niet voort uit vakmanschap. Ook hier kun je dat vakmanschap versterken door er voor te zorgen dat het gesprek over veiligheid op gang komt of blijft.

Hans Vermaak (www.hansvermaak.com) is voor ons de vraagbaak als het gaat om taaie vraagstukken, wat zeker gezegd kan worden over het onderwerp veiligheid. In zijn huis in Amsterdam verkennen wij het onderwerp en verkennen de mogelijkheden van paradoxaal interveniëren.

 

De opbrengsten van de gesprektonen vormen voor ons de basis om wrrkvormen te creëren waarmee we het onderwerp verantwoord opdrachtgeverschap handen en voeten kunnen geven.

Ook in 2018 gaat Vlink verder met het vormgeven van de samenwerking met het CVW binnen het aardbevingsdossier en het helpen van aannemers stappen te maken in het verbeteren van hun veiligheidscultuur. Zo begeleiden we onder andere een intensief traject met de directie van Alsema BV in Zuidlaren en helpen we Bouwmaatschappij Vuurboom BV uit Valthermond bij diverse projecten.

Buiten het aardbevingsgebied wordt voor DSM een workshop Bewust Leidinggeven aan Veiligheid verzorgd. Zo’n 20 projectleiders uit de hele wereld worden op Schiphol meegenomen in het Vlink gedachtegoed en er wordt stilgestaan bij de leiderschaps- en gedragsaspecten van diverse ongevallen.

NAM besluit eind 2018 tot een verdere sponsoring van de St. Vlink. De agenda van Vlink blijft erg actueel en NAM is zeer tevereden over de werkzaamheden van Vlink. Het aarbevingsdossier is complex en dynamisch en dit resulteert in een langer traject dan wellicht oosrpronkelijk was voorzien.